|
|
||
|
|
Wie is deze Allah?Auteur: G.J.O. Moshay Uitgever: Importantia Publishing ISBN 978-90-6659-202-5 / 200 pagina's Prijs: € 17,50 Hoofdstuk 1 - InleidingWelalig het volk, welks God de HERE is." (Psalm 33:12) (En welzalig is de godsdienst, welks God de HERE is.)Er bestaat een verhaal over een man, die tijdens de verkiezingstijd op zijn auto een sticker had geplakt, waarop geschreven stond: "Ik heb mijn keuze al bepaald - breng me dus niet door allerlei feiten in verwarring." Hoewel het niet direct gezegd wordt, is dat ook de houding die velen van ons lijken in te nemen, wanneer het de diepe geloofszaken betreft, waar we één mee zijn geworden. Hoewel hét heel rustgevend lijkt, kan zo'n houding ook zeer gevaarlijk zijn. Het is waar dat bepaalde feiten deze rust kunnen wegnemen; maar zo'n verwarring en 'verstoring' kan nodig zijn, vooral als het feiten betreft die van belang zijn voor de redding onzer ziel. Lang is aangenomen dat christenen en moslims dezelfde God dienen en dat zij slechts verschillen in de woorden waarmee zij dat uitdrukken en de wijze waarop zij aanbidden. Nu is echter de tijd aangebroken om een diepgaande studie te maken naar de goddelijkheid van Allah en op zoek te gaan naar de ware identiteit van de God van de moslims. Veertien eeuwen geschiedenis én ervaringen van dit ogenblik dwingen ons om hiermee aan de slag te gaan. Dat is wat ik hier wil gaan doen. Het belang van dit onderwerp eist volledige eerlijkheid. Toch wil ik benadrukken dat dit boek niet geschreven is uit bitterheid of uit haat tegen moslims, maar uit christelijke liefde, waardoor ik gedwongen ben om de waarheid te vertellen aan de lezer in het algemeen en aan mijn geliefde moslim-vrienden in het bijzonder, opdat ik moedig de Dag des oordeels tegemoet kan gaan, omdat ik mijn leven gewaagd heb door dit belangrijke onderwerp aan de orde te stellen: "Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels ...Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit..." (l Johannes 4:17-18). WIE IS ALLAH?Regelmatig hebben mensen zich deze vraag gesteld: "Is Allah God?" Is hij de "de God en Vader van onze Here Jezus Christus" (Colossenzen 1:3)? Vele meningen doen de ronde. Sommigen zeggen: Allah is gewoon God - dezelfde als de God van de Bijbel en Allah is Zijn Arabische naam. Anderen zeggen dat dat niet mogelijk is, maar vertellen erbij dat zij niet weten wie hij dan wel is, doch ze zijn er zeker van dat hij een ander is dan de God van de Bijbel. Er zijn er ook die zeggen dat hij inderdaad een machtige god is, maar niet de Almachtige God. Verder zijn er mensen die geloven dat er twee Allah's zijn. Zij zeggen dat de 'Allah' van de Arabische en Hausa christenen een ander is dan de 'Allah' van de moslims uit dezelfde gebieden. Volgens hen is de 'Allah' van de Arabische christenen God en de 'Allah' van de moslims is dat niet. Maar als hij dat niet is, wie is hij dan wel?Deze vraag naar de identiteit van Allah speelt nu al een aantal jaren en het wordt tijd dat we de feiten opdiepen om de zaak af te ronden. Een leugen die door de duivel in de wereld gebracht is, kan niet ontmaskerd worden met mistige en vage ideeën. In een zaak als deze, waarin het gaat om de redding van iemands ziel, is geen plaats voor iets anders dan harde feiten. Stukjes van de waarheid en halve waarheden kunnen gevaarlijk zijn. We moeten diep doordringen in de Koran, de Hadith, de geschiedenis, de taalwetenschap en daarna weer terug naar de Bijbel om adequate informatie over dit onderwerp te verkrijgen. Ik wil benadrukken dat er voor de geschiedenis van de islam geen andere bronnen kunnen zijn dan die geschreven is door moslim-historici, vooral voor wat betreft de, islamitische Tradities genaamd de Hadith. Deze Overleveringen zijn zeer omvangrijk en het bestuderen ervan kan een martelgang zijn. Maar omdat er geen alternatief is om aan adequate informatie te komen, moeten we deze werken wel raadplegen. Echter niet alle Soenna's en Hadith's worden door alle moslims geaccepteerd als zijnde authentiek. Ik zal er daarom naar streven om geen tradities te citeren die op één of andere wijze met de Koran in tegenspraak zijn. De Hadith's die geciteerd worden, dienen slechts ter verduidelijking van wat in de Koran wordt gezegd. De belangrijkste Hadith's, die zowel door Sjiëten als Soenieten algemeen erkend worden, zijn de 'Mazalinf of'Sahih Al Bukhari', de 'Kitab al zakat' door Muslim, de 'Sahih Muslim', de 'Mishkat al Masabih', de 'Sarat'ur Rasul' door Ibn Ishaq, en de Hadith's door Ibn Athir, Abu Daud, Abu c Abd ar-Rahmann-al-Nasa en Abu c Isa Mohammed, Jami'ad Tirmidhi, Ibn Majah en Soenna 'An-Nasa'i'. Een oppervlakkige behandeling van het onderwerp leidt alleen maar tot slappe conclusies, die meer verwarring stichten dan dat ze wat oplossen. Daardoor zijn zij gevaarlijk voor het lot van de vele miljoenen zielen van goedwillende aanhangers van de islam. Daarom zal er worden geprobeerd om alle denkbare vragen te beantwoorden, die binnen het kader van dit onderwerp zouden kunnen rijzen. Tot nog niet zo lang geleden waren de moslims erop tegen om het woord 'God' te gebruiken. Zij gaven de voorkeur aan 'Allah'. Recentelijk is er echter een kentering te bespeuren. A. YusufAli, de samensteller van de meest gangbare Engelse vertaling van de Koran, heeft nu 'God' neergezet op alle plaatsen waar in eerdere uitgaven 'Allah' stond. Een overeenkomstige vervanging zou voorliggend werk alleen maar gecompliceerder maken. YusufAli wil ons namelijk laten geloven dat er gewoon geen verschil tussen beide is. Ik denk echter dat dit een te simplistische voorstelling van zaken is. Maar wat heeft de Koran hier zelf over te zeggen? Mohammed zei, toen hij zich richtte tot de christenen en joden van zijn tijd, die gereserveerd stonden ten opzichte van het object van aanbidding van de islam: "... onze god en uw god zijn één; en wij zijn aan Hem overgegeven" (Soera 29:46). Dat betekent: 'de Allah waarvoor wij ons in de islam ter aarde werpen en die wij aanbidden enJHWH [naam van God, zoals Hij zich bekend maakte in het Oude Testament (opm. vertaler)] van jullie Bijbel is dezelfde persoon'. Het is voor veel mensen eenvoudig om deze bewering te aanvaarden, maar een oprecht naar de waarheid zoekende christen of moslim, die niet voetstoots zaken wil accepteren, doch die zorgvuldig de Koran bestudeert en hem vergelijkt met de Bijbel, zal snel bemerken dat deze claim niet zo eenvoudig is als die verkondigd werd. De grote islam-kenner, Samuel Zwemer, schreef: "Het is zo gemakkelijk om misleid te worden door een naam of door etymologieën (woordaf leidingen). Bijna alle schrijvers nemen als vanzelfsprekend aan dat de God van de Koran dezelfde persoon is en dezelfde eigenschappen heeft als JHWH of de Godheid van het Nieuwe Testament. Is deze zienswijze juist?" Inderdaad een belangrijke vraag! Na 1905, toen deze vraag gesteld werd, is hierover veel onderzoek gedaan. Nu het einde van deze eeuw nadert, is het tijd om deze vraag definitief te beantwoorden. Dit zal, speciaal nu wanneer velen gesprekken tussen de verschillende religies willen propageren en die daarbij hun ogen sluiten voor alles wat de wereldreligies scheidt, waarschijnlijk niet door alle mensen geaccepteerd worden. Dr. Robert Morey schrijft: "Het simpele denken dat de wezenlijke verschillen, die de godsdiensten van de wereld scheiden, wil negeren, is een belediging van het unieke van deze wereldreligies." Ja zeker, dit onderwerp zou wel eens niet zo eenvoudig kunnen zijn als sommigen van ons wellicht denken. Om het probleem en de verwarring te vermijden, die dit onderwerp met zich brengt, schrijft Kenneth Cragg, een christelijk hoogleraar in islamisme, in de verdediging van zijn geloof 'The Call of the Minaret (De roep van de Minaret)' het volgende: "Degenen die zeggen dat Allah niet 'de God en Vader van onze Here Jezus Christus' is, hebben gelijk als zij bedoelen dat God niet op die manier beschreven wordt door de moslims. Zij hebben echter ongelijk als ze beweren dat Allah een ander is dan de God van het christelijke geloof." Oppervlakkig gezien lijkt hiermee de zaak opgelost. Maar ik denk dat de zaak niet zo eenvoudig is, dat het kan worden afgedaan met deze twee zinnen. Het probleem ligt in de oorsprong van de Koran. Zijn de aanspraken die de Koran maakt slechts voorstellingen van het Goddelijke, zoals die leven in de hoofden van de moslims? Is de boodschap die in de Koran staat in die vorm ontvangen of is die uit iemands gedachten ontsproten? Wanneer we verder gaan met deze discussie is er één ding dat we ons daarbij goed voor ogen moeten houden en dat is: dat hoewel er godsdienstfilosofie bestaat, godsdienst op zich geen filosofie is, maar een openbaring. Godsdiensten kunnen niet vergeleken worden met filosofische wereldbeelden zoals die van Plato, Socrates, Decartes of anderen. De islam in het bijzonder is een godsdienst van de openbaring (arabisch: wahy or nagl), zo is het in ieder geval begonnen. Het kan ons helpen als we ons ervan bewust zijn dat het verschil tussen Allah en de God van het christelijke geloof niet zo simpel ligt als de beschrijving van Professor Cragg suggereert. Moslims stellen niet dat zij Allah beschrijven. In wezen kan er geen beschrijving van Allah gemaakt worden. Het enige wat een moslim kan doen is zijn handen naar de hemel opheffen of zich in aanbidding diep neerbuigen en zeggen; 'Allahu Akbar!' Allah is te groot om in menselijke bewoordingen beschreven te worden. Zelfs zijn '99 Prachtigste Namen' in de Koran zijn geen beschrijvingen door mensen gemaakt. Ze zijn openbaringen van Allah zelf. Mohammed is niet zo maar opgestaan om het beeld van Allah in de Koran te vormen. Beeldvorming is het persoonlijke idee van iemand over een ding (arabisch: aql); het is een product van de mens. Maar volgens de moslims, en volgens de Koran zelf, is de islam niet ontsproten in Mohammed's brein. Het is mogelijk dat hij voordien een voorstelling van God heeft gehad, maar de religie van de islam zelf is een regelrechte openbaring en niet het product van een filosofisch genie. Mohammed was slechts een profeet. Alles wat in de Koran staat is een werkelijk gegeven openbaring, een Goddelijke Openbaring, (een tanzil), dat betekent: iets 'dat is nedergezonden' (Soera 53: 4). Mohammed heeft de Koran niet geschreven. Hij was trouwens een Ummi (analfabeet, ongeletterde, ongeleerde Soera 7: 157). Zijn jeugd werd bepaald door droevige armoede en daarom is hij waarschijnlijk niet naar school geweest. Hoe zou hij dan ooit een boek hebben kunnen schrijven - en nog wel zo'n prachtig boek? De Koran is uit de hemel neergedaald en het origineel staat nog steeds op de 'Bewaarde Tafel' of de 'Moeder der Schrift' (Umul al kitab) in het Paradijs, waar het altijd geweest is, zelfs al voor de schepping van de wereld! Daarom mag ook niets van wat in dit boek in twijfel getrokken worden (Soera 6: 93; 3: 7; 43: 4-5). Voor de westerse geest mag dit allemaal ongelooflijk en onverteerbaar klinken. Maar het zijn geen lege beweringen! Haal ze weg en er zou geen islam meer over zijn. Het is hetgeen wat vele miljoenen moslims geloven en het zijn ook de geloofspunten waarop we van meet af aan onze studie moeten baseren, ten minste tot een later ogenblik, waarop we ze aan een nader onderzoek kunnen onderwerpen. De Allah die we in de Koran aantreffen is daarom een geopenbaarde Allah en niet een beeld (aql) dat in moslim-hoofden is ontsproten. Het zijn dus niet alleen christenen, die zeggen dat Allah 'de God en Vader van onze Here Jezus Christus' niet is. Wie Allah dan wel of niet is, is, zoals we in dit boek zullen zien, veel meer gestoeld op de openbaringen die in de Koran te vinden zijn, dan dat het gegrond is op beweringen van christenen. De God van de Bijbel kennen we ook niet alleen vanuit beschrijvingen. Hij heeft Zichzelf geopenbaard aan Abram, Jakob, Mozes, de Profeten en is nedergedaald om Zichzelf zichtbaar bekend te maken in de Persoon van Jezus van Nazareth. Jezus zelf heeft hierover gezegd: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien" (Johannes 14: 9). De joden en christenen hebben het beeld van de God van de Bijbel niet gevormd. God heeft Zichzelf geopenbaard, Zijn Naam, Zijn heerlijkheid. Zijn wet, Zijn oordeel, Zijn liefde, Zijn heiligheid. Neem deze openbaringen weg en er zou geen jodendom of christendom zijn. Nu kennen christenen God vanuit de Bijbel, maar ook vanuit hun eigen leven. Op dezelfde manier (veronderstel ik) kennen moslims Allah zoals hij is in de Koran en zoals hij zich manifesteert in hun eigen levens. Het zijn deze openbaringen en manifestaties (niet beschrijvingen) die bepalend zijn voor het karakter van de islam en de ethiek van het christendom. Daarom is het probleem dat voor ons ligt er niet één van verschillende en strijdige beschrijvingen van de Goddelijkheid, maar één van verschillende openbaringen. Daar deze openbaringen opgeborgen zitten in deze twee boeken, de Koran en de Bijbel, zullen deze boeken de bronnen zijn waaruit we moeten putten om de identiteit van Allah vast te stellen. In dit boek probeer ik de Koran uit te leggen zoals hij is, door hem zelf te laten spreken, met inbegrip van al zijn claims. Daarbij neem ik Allah als hoofdpersoon en vergelijk deze met de God van de christenen en met Zijn karakter. Bij deze poging zullen we moeten openstaan voor alles wat naar ons toekomt. We moeten niet bang zijn om 'in de war' te raken door de feiten. Zulke 'verstoringen' zijn noodzakelijk. Waarschijnlijk zou ik toestemming van de moslims moeten hebben om uit de Koran te citeren. Veel moslims hebben namelijk, uit angst voor on-islamitische interpretaties, er altijd aanstoot aan genomen als niet-moslims uit hun heilige boek citeren. Maar als de Koran duidelijke feiten bevat en dit het Woord van God is ter redding van de mensheid, dan moet de mensheid vrij zijn om het te lezen en om er in een godsdienstige verhandeling naar te verwijzen. In de Bijbel staat God zelfs toe dat satan (!) uit Zijn Woord citeert (Mattheüs 4: 5-7). Maar bij het citeren van de Koran kunnen wij niet instemmen met Al-A'shari, dat de Koran aanvaard moet worden bi-la kayf, dat betekent: 'zonder vragen te stellen'. Voor het bestuderen van de Koran vragen we toestemming om dit islamitische begrip van 'Ta abbudi' - dat de Koran 'aanvaard moet worden zonder kritiek' te mogen verwerpen. Als we onze studie van de Koran willen vervolgen, zullen we bepaalde vragen moeten stellen. En de eerste vraag die we willen stellen is: WIE HEEFT DE KORAN GESCHREVEN?Er is al iets gezegd over het auteurschap van de Koran en het zal in een later hoofdstuk nogmaals aan de orde komen. Maar dit onderwerp heeft hier, aan het begin van het boek, wat extra aandacht nodig. Het is de algemene conclusie die we hier trekken, die zal bepalen hoe we het onderwerp, dat voor ons ligt, kunnen behandelen.De meeste moslims geloven dat de Koran, hun heilige boek, uit de hemel is neergedaald en zo als boek in één geheel aan Mohammed is gegeven, danwel in fasen als pagina's. In vele verzen beweert het boek zelf dat het is neergedaald van Allah en wel door middel van de engel Gabriël (vgl. Soera 3: 4; 4: 105; Muhammed Haykal, 1976, The Life of Muhammad. Lagos: Islamic Publications Bureau. 1982. p.73). Maar als we verder in de Koran lezen om van daarin uitsluitsel over het auteurschap te vinden dan krijgen we daarop geen eenduidig antwoord. Zo zeggen bijvoorbeeld Soera 26: 192-194 en Soera 16: 102 dat Mohammed de Koran ontvangen heeft van 'de welbetrouwde Geest' of 'de geest der Heiligheid', de Heilige Geest dus. Maar in Soera 53: 5 (1-18) en Soera 81: 21 (20-22) lezen we dat het 'een geweldige in kracht'4 zelf was die persoonlijk het reeds geschreven boek bij Mohammed bezorgde en dat Mohammed hem gezien heeft. Elders lezen we opnieuw dat het de engel Gabriël was die de Koran vanuit de hemel naar de aarde bracht en aan Mohammed overhandigde, danwel in zijn hart bracht (vgl. Soera 2: 97). Maar in Soera 15: 8 wordt ons bekend gemaakt dat het niet echt Allah zelf of Gabriël of de Heilige Geest was, maar dat het in werkelijkheid 'engelen' (meervoud) waren. Als u moslim bent en op dit belangrijke ogenblik een beetje in de war raakt, dan zijn daar inderdaad genoeg redenen voor. Ik ben echter niet van plan om u met deze verwarring te laten zitten. Laten we daarom kalm blijven en het er over eens zijn dat het er staat en dan verder gaan. Sommige verlichte moslims geloven liever dat het redelijker is om de Koran te zien als de geschreven vorm van de mondelinge boodschap die aan Mohammed gegeven werd en dus dat het een openbaring is. Indien men de commentaren doorleest van verschillende islamitische geleerden die de Koran hebben vertaald, dan merkt men snel op dat ook zij, naast hun stereotype romantiek, er niet zeker van zijn wie de auteur van het boek is. Het enige wat ze kunnen zeggen is dat het het boek van Allah is. Voor iemand die nauwgezet studie maakt van de Koran en het in het Arabisch, danwel in vertalingen leest, zal opmerken dat, afgezien van beschrijvingen van gebeurtenissen, bepaalde delen van de tekst in de eerste persoon meervoud staan, andere in de derde persoon enkelvoud en weer andere in de eerste persoon enkelvoud, enz. Er zijn zelfs plaatsen waar Allah wordt aangesproken door de schrijver. De schrijver schijnt dan even te vergeten dat hij staande moet houden dat de tekst van Allah komt, waarna hij weer plotseling zijn verhaal verandert. Als bijvoorbeeld de spreker-schrijver zegt: "Ik zweer bij Allah dat zij niet zullen geloven ...," vraagt men zich af wie hier dan wel aan het woord is, is het Allah of is het de schrijver? Ook kan men zich er over verwonderen hoe zulke beweringen in een boek kunnen staan dat van voor de schepping in de hemel aanwezig is. Maar ter wille van de verdraagzaamheid tussen de godsdiensten moeten we ons misschien niet bezig houden met een te kritische aanpak van het heilige boek. Er zijn historici die hebben getracht te bewijzen dat de Koran niet door Mohammed geschreven is en ook niet geschreven is tijdens zijn leven. Zij zeggen dat Mohammed echt analfabeet was. Volgens hen is het boek, dat wij nu de Koran noemen, het product van een aantal vurige aanhangers van de islam, die onder de leiding van een kalief na de dood van hun meester van mening waren dat zij, net als de joden en de christenen, voor hun godsdienst een heilig boek moesten hebben. Zij hebben zich ingespannen om bijeen te brengen wat hun leider voor zijn dood gepredikt had. Er wordt verteld dat een deel daarvan afkomstig was van perkamenten die voor de dood van de profeet geschreven waren. Volgens de Hadith zijn bepaalde fragmenten verzameld van 'kleitabletten, nerven van palmbladeren, schouderbladen van kamelen, houten panelen en de borst van mensen (dat laatste betekent: uit de geheugens van mensen).' De eerste poging, om het boek samen te stellen, zou ondernomen zijn door Fatimah, de dochter van Mohammed, toen zij met enige volgelingen van haar vader in debat raakte, omdat er verschillende versies door de mensen gereciteerd (opgezegd) werden. De vrouw van Mohammed, Hafsa, hielp ook bij het samenstellen. Het uiteindelijk werk wordt echter toegeschreven aan Zaid ibn Thabit, waarvan sommigen weer menen dat hij alleen maar een soort redacteur is geweest. Vanwege het opvallend gebruik in de tekst van de eerste persoon meervoud (wij) en de eerste persoon enkelvoud (ik), wil ik hier een eerste belangrijke stelling poneren en die luidt als volgt. Er is een wezen geweest van wie Mohammed zijn boodschappen heeft ontvangen, dit wezen wordt in het arabisch 'Allah' genoemd. Zelfs al zou het boek na zijn dood door volgelingen geschreven zijn, is het niet onmogelijk dat zij zich de woorden herinnerden die uit de mond van Mohammed kwamen toen hij geïnspireerd werd om de Koran te reciteren. Deze aanname is noodzakelijk, want het zal ons helpen om onze wijze van redeneren vastheid te geven. Als we aanvaarden dat de Koran goddelijk geïnspireerd is door één of ander Wezen, dan hoeven we niet bang te zijn om dat Wezen te identificeren. Wanneer we echter van meet af aan zouden beweren dat er geen bovennatuurlijk wezen tot Mohammed heeft gesproken, of minstens hem heeft geïnspireerd om te zeggen datgene wat aangehaald wordt dat hij gezegd heeft, dan hebben we geen andere keuze dan het hele gedoe van de Koran af te wijzen en Mohammed te beschouwen als één van de succesvolste leugenaars en misleiders die er ooit geweest is. Deze stelling, omdat door de hele Koran heen Allah voortdurend wordt genoemd als degene die aan het woord is, waarbij bovendien door het gebruik van de eerste persoon meervoud aangegeven wordt dat het een eerbiedwaardig Persoon of godheid betreft. De laatste aanname, dat niemand tegen Mohammed zou hebben gesproken en dat hij een complete leugenaar was, zou te extreem zijn en zelfs onwaar. Daarom verdedig ik de eerste aanname, dat er een Allah geweest is die tot Mohammed gesproken heeft, danwel hem geïnspireerd heeft. (Dit zal later in hoofdstuk 12 bewezen worden.) Het probleem dat voor ons ligt, komt er in de grond op neer of de Allah, van wiens engel Mohammed zijn boodschappen kreeg, dezelfde is als de JHWH van de Bijbel. Het is niet nodig om daarover een mening op te leggen. Er zullen genoeg feiten aan de orde komen, waarop de lezer zelf zijn conclusies kan baseren. Maar het is belangrijk voor de moslim-lezer om volledig eerlijk tegenover zichzelf te zijn en het boek verder te lezen, want het betreft een serieuze zaak die eeuwige consequenties voor zijn ziel heeft. Dit artikel is de tekst van het eerste hoofdstuk uit Wie is deze Allah?, geschreven door G.J.O. Moshay.
Bekijk dit boek:
Recensies:
|
|
| Copyright © 2002-2007, Importantia Publishing, Dordrecht | ||