|
|
|
|
Boeken
De laatste Jood van Rotterdam
Auteur: Ernest Cassutto
Uitgever: Moria
ISBN: 978-90-6659-045-8
Prijs: € 12,50
Omschrijving
De laatste Jood van Rotterdam speelt zich af in Nederland ten tijde
van de Tweede Wereldoorlog. Ernest Cassutto wordt geadviseerd onder
te duiken en vlucht van onderduikadres naar onderduikadres. De nazi's
willen Cassutto, die door hen "De laatste Jood van Rotterdam" genoemd wordt,
doden voordat de Geallieerden Nederland bevrijden. Op wonderbaarlijke
wijze weet hij echter te ontsnappen aan transport naar een vernietigingskamp
en een vuurpeloton.
De worsteling met zijn joodse identiteit, het raadsel van het lijden
van zijn joodse volk, zijn liefde voor zijn verloofde én zijn kennismaking
met het christelijke geloof zijn de ingrediënten van een fascinerend
leesavontuur.
Iedereen die het dagboek van Anne Frank of De Schuilplaats van Corrie
ten Boom heeft gelezen, zou ook dit boek moeten lezen.
De laatste Jood van Rotterdam
Hoofdstuk 1
1941
Den Haag
Ik werd wakker doordat er iemand op mijn deur stond te
bonken. Ik hoorde geschreeuw. Eerder verward dan bang
sprong ik uit bed en strompelde naar de woonkamer om te
kijken wie of wat al die herrie maakte.
Het was de Gestapo. Ze drongen ons huis binnen en brulden
om mijn vader.
‘Isaäc Cassutto!’, schreeuwde Herr Fischer, het hoofd van
de Gestapo. Hij keek me dreigend aan. ‘Waar is je vader?’,
brulde hij.
Ik stond daar doodstil, mijn benen en tong verlamd van
schrik. Herr Fischer was berucht in Den Haag. We noemden
hem de ‘jodenvisser’ omdat Fischer ‘visser’ betekent.
Mijn vader en moeder kwamen op het geluid af en renden
de kamer binnen. ‘Isaäc Cassutto, je hebt drie minuten om
een koffer te pakken en met ons mee te komen,’ blafte Herr
Fischer tegen mijn vader, die hem even aanstaarde en toen
wat eigendommen bij elkaar zocht.
Mijn moeder kon zich niet beheersen en riep: ‘Dat is onmenselijk!
Hoe denkt u dat iemand in drie minuten een
koffer kan pakken!’
Mijn vader had nog net tijd om zijn jas te grijpen toen Herr
Fischer hem bij zijn arm greep en naar de deur duwde.
‘Waar brengt u hem heen?’, wilde mijn moeder weten.
De Gestapo weigerden antwoord te geven. Ze liepen haar
voorbij alsof ze niet bestond en duwden mijn vader de deur
uit naar een gereedstaande politiewagen.
In drie minuten was mijn vader verdwenen. Mijn moeder
en ik bleven alleen in de woonkamer achter.
‘Moeder, ze kunnen hem toch niet zomaar meenemen?’,
vroeg ik verbaasd.
‘Ja Ernie, ik denk het toch wel,’ zei ze, terwijl de tranen in
haar ogen sprongen.
Voor misschien wel de duizendste keer wenste ik dat we
nooit naar Nederland waren verhuisd.
|
|